vrijdag 24 maart 2017

Op visite

Naast drie dagen in de week semi-internaat zijn we druk bezig met het bezoeken van de families van de kinderen. Met 80 kinderen uit 50 verschillende gezinnen gaat daar behoorlijk wat tijd in zitten. Ieder weekend gaan we op stap en soms bezoeken we wel vijf gezinnen op één dag. Meestal zoeken we een reden om langs te gaan, zoals een verjaardag of een kind dat een tijdje ziek is geweest. Maar het gebeurt ook dat we spontaan op bezoek komen. Hieronder meer over deze visites en een voorbeeld van zo’n bezoek.

Voor ons is het goed om de gezinnen beter te leren kennen. Zo zien we het kind op een andere manier, weten we uit wat voor situatie het komt en krijgen we meer begrip voor bepaald gedrag. Daarnaast zien we ook of het gezin andere hulp nodig heeft, zoals een voedselpakket. Stap voor stap leren we het gezin beter kennen. Soms duurt het even voordat we het vertrouwen winnen. Er is sprake van een gigantische cultuurkloof. Onze achtergrond is totaal anders dan die van hen. Vaak is er ook sprake van schaamte, zoals een echtgenoot of zoon die in de gevangenis zit of verslaafd is. Maar stukje voor stukje krijgen we een completer beeld van het gezin.















Sommige gezinnen zijn heel open en laten direct merken dat ze heel blij zijn met onze hulp. Dan mag je meteen binnenkomen en wordt je uitgenodigd om een keer te komen eten. Een paar weken geleden gingen we bij zo’n open gezin op bezoek. Hun jongste zoon zit op het semi-internaat en werd die dag twaalf jaar oud. Met een klein cadeautje gingen we op stap. Het gezin woont aan het eind van de sloppenwijk, bijna boven aan de heuvel. Ze wonen in een huisje van hout met golfplaten dak. Er is geen riolering. De elektriciteit is provisorisch (illegaal) aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Door een aantal lakens is het huisje in verschillende kamers ingedeeld. Ondanks dat er niks aan de verjaardag gedaan werd, werden we heel hartelijk welkom geheten. Snel werden er nog twee glazen in een bak water afgespoeld, zodat er tenminste water aangeboden kon worden. 

Moeder en zoon namen uitgebreid de tijd voor ons en vertelden ons over hun huis en gezin: Vader, moeder, vier kinderen en twee kleinkinderen. Allemaal wonen ze in het kleine, houten huisje. Kleinkind nummer drie en vier zijn inmiddels ook op komst. Met 40 jaar oud heeft moeder net zoveel kinderen als kleinkinderen. Vader heeft zo nu en dan een baantje en moeder is werkzoekende. Ze vertelde ons dat ze nog maar voor twee dagen te eten had. Het eten kwam uit de afvalcontainers achter de supermarkt. Ze vroeg ons of we haar konden helpen met een voedselpakket, want – zo leerde ze haar kinderen – het is beter te vragen dan te stelen. Inmiddels heeft ze een voedselpakket gekregen. Vanwege privacy kunnen we geen foto’s van het huisje of gezin laten zien.

zaterdag 11 maart 2017

Wie wel, wie niet

Wekelijks krijgen we vragen van ouders hoe ze hun kind kunnen aanmelden voor het semi-internaat. Helaas kunnen we niet iedereen toelaten. De ene keer verkopen we ja en de andere keer nee. Al snel rijst de vraag waarom we het ene kind wel toelaten en het andere niet. Hieronder zullen we een aantal factoren beschrijven die daarin meespelen. De komende tijd zullen we regelmatig wat uitgebreider op een gezinssituatie ingaan om een beter beeld te schetsen.

In eerste instantie kijken we vooral naar de thuissituatie. Bij wie woont het kind in huis? Het merendeel van de kinderen woont bij hun alleenstaande moeder. Soms is er een (stief-)vader in het spel. Maar dan is het nog zeer de vraag of hij een stabiele factor is. Komt hij zo nu en dan thuis? Werkt hij of zoekt hij werk? Of zit hij vooral in de bar? Een paar kinderen woont bij hun opa of oma, omdat de ouders in de gevangenis zitten of niet voor hun kinderen kunnen of willen zorgen. Daarnaast hebben we ook vier kinderen die bij hun alleenstaande vader wonen, omdat hun moeder het gezin in de steek heeft gelaten of omdat ze overleden is.

Een andere factor is werk. Heeft moeder werk? Of is ze werk aan het zoeken? Heeft ze iemand om op haar kinderen te passen? Is degene betrouwbaar en stabiel? Toch zegt dit niet alles over het wel of niet toelaten van een kind. Een kind mag nooit het slachtoffer worden van het niet willen werken van een alleenstaande moeder. Soms krijgen we commentaar van andere ouders dat we bepaalde kinderen toelaten waarvan de moeders te lui zijn om te werken. Ze vinden dat die moeders dat niet verdienen. Maar het gaat niet om de ouders. Vaak is dit een reden om het kind juist wel toe te laten, zodat het kind ook andere voorbeelden en waarden in zijn leven ziet.















Daarnaast kijken we naar armoede. Hoe ziet het huis eruit? Is het van hout of van steen? Hoe zijn de muren? Hoe is de vloer? Aangestampte aarde, beton of tegels? Allemaal factoren die iets zeggen over de financiële situatie van het gezin. Is het huis, ondanks de armoede, opgeruimd of is het er ontzettend vies, omdat er bijna nooit wordt schoongemaakt? Toch zegt armoede niet alles. In eerste instantie zou je denken: Hoe armoediger, hoe noodzakelijker. Maar hier moeten we voorzichtig mee zijn. Sommige moeders zijn al jaren bezig met het opknappen van hun huisje. Ze werken hard en sparen geld om tegels op de vloer te leggen, om te muren te laten stuken en om wat meubels te kunnen kopen. Zo’n moeder kan juist een zetje in de rug gebruiken. 

De laatste factor is de psychologische en emotionele situatie van het kind. Door labiele (stief-)ouders of andere omstandigheden kunnen kinderen emotioneel behoorlijk uit balans zijn. Juist dan is het goed dat ze drie dagen in de week ergens anders zijn. Zo hebben we kinderen die thuis te maken hebben met een agressieve stiefvader. Regelmatig worden ze verbaal vernederd of lichamelijk mishandeld. Thuis staan ze continu onder spanning. Andere kinderen hebben een labiele moeder die haar frustratie op de kinderen uit. Voor beide partijen is het dan goed dat ze even niet samen zijn. Het kind kan weer kind zijn en moeder kan even op adem komen. Uiteraard zijn er nog meer factoren die meespelen, zoals het gevaar om af te glijden in de wereld van drugs, criminaliteit en prostitutie.


vrijdag 24 februari 2017

Weer van start

Na een lange vakantie gingen we op dinsdag 7 februari weer van start met het semi-internaat. Wij hadden er zin in en de kinderen duidelijk ook. Dankzij de bus kunnen we nu veel meer kinderen helpen. De eerste dag mochten we 35 kinderen ontvangen. De afgelopen weken nam dit aantal iedere dag toe. Inmiddels hebben we 75 inschrijvingen en over een paar weken zullen dat er waarschijnlijk 100 zijn. Hieronder meer over de eerste drie weken.

De eerste dag begonnen we nog aardig rustig met 35 kinderen, waarvan 15 ’s morgens en 20 ’s middags. Afgelopen donderdag waren dat er twee keer zoveel: 29 kinderen ’s morgens en 41 ’s middags. De kinderen die ’s morgens bij ons zijn, zitten ’s middags op school. De kinderen die ’s morgens op school zitten, zijn ’s middags bij ons te vinden. Vanaf half twaalf hebben we beide groepen samen en is het echt druk. Om 12 uur eten we met zijn allen warm en daarna, vanaf half één, wordt het weer wat rustiger, want dan brengen we de ochtendgroep naar school.

Het grootste deel van de kinderen is uiteraard nieuw op het semi-internaat. Voor hen was het wel even wennen de eerste dagen. Waar moet ik mijn rugzak laten? Waar zijn de wc’s? Waarom moet ik doorspoelen? Hoe laat mogen we zwemmen? Waarom moet ik mijn huiswerk maken? Waarom moet ik groente eten? Waarom zijn er zoveel regels? Maar aan de andere kant zijn er ook zoveel dingen om van te genieten. Bijna overal zie je blije kinderen rennen, spelen en springen. Qua speelgoed zijn de kinderen duidelijk niks gewend. Nu kunnen ze kiezen uit puzzels, memorie, poppen en lego. 















Dat de kinderen enthousiast zijn, blijkt wel uit de manier waarop ze naar de bus komen rennen. Zodra de schoolbel gaat, staan wij ze al op te wachten. Eén voor één stappen ze blij de bus in. Ze kunnen niet wachten, totdat iedereen erin zit en we vertrekken. Ook op school vertellen ze enthousiaste verhalen aan hun klasgenoten. Bijna dagelijks komen er ouders op ons af met de vraag hoe het semi-internaat functioneert en hoe ze hun kinderen kunnen aanmelden. Maar voordat een kind wordt toegelaten, gaan we eerst bij het betreffende gezin op bezoek.

In het weekend gaan we vaak de wijk in. Of om een familie te bezoeken die hun kind wil inschrijven. Of vanwege een verjaardag. Of gewoon zomaar. De kinderen reageren altijd blij en verrast als ze ons zien. Die gezichtjes zijn onbetaalbaar. Morgen (zaterdag) gaan we weer op stap en zullen we zo’n tien huisbezoeken doen. Zondag wordt één van de kinderen 12 jaar en zullen we, als verrassing, een klein cadeautje brengen. Voor ons is dat de ideale mogelijkheid om bij iemand op bezoek te gaan en het gezin wat beter te leren kennen.




zaterdag 18 februari 2017

Bedankt!!

We zijn ontzettend blij met onze achterban. Dankbaar zijn we voor elke gift en ieder gebed. We beseffen ons heel goed dat we dit werk niet kunnen doen zonder deze ondersteuning. Dagelijks danken we God hiervoor. 

Vorige week hebben we onze achterban een bedankkaartje gestuurd. Helaas hebben we niet alle adressen kunnen achterhalen. Heb je ons in 2016 een gift gegeven, maar geen kaartje gehad? Mail ons dan je adres, want we willen je heel graag een kaartje sturen. Mocht je iemand kennen die ons heeft ondersteund, maar geen kaartje heeft gehad, laat dat ons dan ook weten.


vrijdag 10 februari 2017

Bezoek sloppenwijk

De Braziliaanse zomervakantie is voorbij en het semi-internaat is weer begonnen. Nu niet alleen met kinderen uit Cava Grande, maar ook met kinderen uit de sloppenwijk Esplanada. De afgelopen week mochten we al 27 kinderen uit deze wijk ontvangen. De komende weken zal dit aantal verder oplopen. Zoals beloofd zullen we deze keer meer vertellen over de bezoeken aan Esplanada. Voor ons een indrukwekkende en leerzame ervaring.

De wijk Esplanada is tegen een heuvel opgebouwd. De straten bestaan uit zandweggetjes. Ontzettend stijl en onbegaanbaar met de auto. Bij ons eerste bezoek had het de dag ervoor flink geregend. Overal lag modder en regelmatig gleden we bijna uit. We zagen veel armoede. Meer armoede dan we eerder in Brazilië hadden gezien. De elektriciteit wordt illegaal afgetapt en de huisjes zijn provisorisch op de riolering aangesloten. Sommige bewoners hebben geen stromend water en hebben hun voorraad water in tientallen flessen staan.

Een jonge vrouw uit onze kerk woont aan de voet van deze heuvel en kent veel mensen uit Esplanada. Sowieso van gezicht en soms ook bij naam. Voor Netty en ons was zij de ideale persoon om ons te introduceren bij de bewoners. Ook haar elfjarige zoontje ging mee. Al vrij snel kwamen we een donkere jongeman tegen. Hij zij ons vriendelijk gedag. Later hoorden we dat hij een van de grootste drugscriminelen van de wijk is.  Een half uur lang werden we min of meer onopvallend door een tiener gevolgd. We werden duidelijk in de gaten gehouden. 





















Bij ons eerste bezoek vertelden we vooral over ons werk. Het tweede bezoek zouden we gebruiken om de inschrijvingen te doen. Over het algemeen waren de reacties positief. Veel moeders, meestal alleenstaand, zagen ook wel in dat het voor hun kinderen niet goed is om veel op straat te zijn. Een moeder vertelde ons dat veel jongeren gewapend rondlopen en dat er overal op straat drugs wordt gedeald en gebruikt. Sommige ouders waren, zoals begrijpelijk, een beetje wantrouwend, maar zijn later toch bijgedraaid.

Veel moeders gaven aan graag te willen werken, maar hun kinderen niet alleen te willen laten. Dit is een probleem dat we continu tegenkomen. Jonge vrouwen, als tiener zwanger geworden, kinderen van verschillende mannen, weinig tot geen opleiding. En als ze wel een baan hebben, dan is dat met een minimum inkomen of minder. Oftewel onmogelijk om opvang voor hun kinderen te betalen. Soms is er wel een tante of oma die wil oppassen, maar dan woont er een agressieve of verslaafde oom of opa in huis. Het grote dilemma is: werken of voor je kinderen zorgen.

Na ons tweede bezoek keerden we met 15 inschrijvingen terug naar huis. Inmiddels zijn we een week verder. Dagelijks komen er vragen van ouders hoe het semi-internaat functioneert en hoe ze hun kinderen kunnen aanmelden. Een moeder die in eerste instantie nee zei, zocht ons dinsdag op en woensdag konden haar drie kinderen al beginnen. Op dit moment zitten we op 29 aanmeldingen en hebben we nog een aantal familiebezoeken staan. We zijn blij met deze ontwikkelingen. Over twee weken zullen we meer schrijven over hoe deze kinderen hun eerste dagen op het semi-internaat hebben ervaren.


zaterdag 28 januari 2017

In de ban van logeren

Eigenlijk wilden we deze keer iets schrijven over onze bezoeken aan de arme families in onze buurt. Inmiddels zijn we voor de eerste keer de sloppenwijk Esplanada ingegaan. Deze week zullen we onze bezoeken voortzetten en de kinderen officieel uitnodigen voor het semi-internaat. Daarnaast zijn we op dit moment nog helemaal in de ban van de logeerpartijen. We kwamen tot de conclusie dat we nog veel mooie foto’s hebben en een paar leuke anekdotes. Deze willen we jullie niet onthouden. Volgende keer meer over Esplanada.

Vorige week hadden we vier jongens tussen de 7 en 10 jaar oud over de vloer. Behalve het zwemmen, vonden ze het heerlijk om bij ons in huis te spelen. Na het kampvuur wilden de jongens graag een kussengevecht houden, maar dan met de lichten uit. Het was pikdonker en ook voor ons ontzettend spannend. Want je had werkelijk geen idee wanneer er een kussen met volle kracht op je hoofd terecht zou komen.

De jongens wilden graag vissen. Aangezien we een meertje naast ons terrein hebben, was dat geen probleem. Dunne bamboestengels kappen. Haakjes, dobbers en visdraad kopen. Wormen zoeken en vissen maar. Ze hebben heel wat uurtjes langs de kant gestaan. De schildpad op de foto komt ook uit het meertje. ’s Morgens vroeg had iemand die per ongeluk aan de haak geslagen en één van de jongens mocht hem mee naar huis nemen.




























Afgelopen week hadden we zeven jongens tussen de 12 en 14 jaar oud te gast. Bernard had het soms zwaar te verduren in het zwembad. Veel stoeien en veel kopje onder. En ondertussen goed kijken of niet iemand te lang onder water bleef. Deze jongens wilden graag een vlot bouwen. Dus een dikke bamboestengel kappen. De stengel in stukken zagen. De stukken aan elkaar vastbinden. Het vlot te water laten en varen maar. De tieners hebben ervan genoten.

’s Avonds in het donker speelden we verstoppertje. Dat was nog best lastig. Had je eindelijk iemand gevonden, dan had je nog geen idee wie het was. Zo donker was het. ’s Avonds hadden we uiteraard weer kampvuur. Deze keer, op verzoek, met marshmallows. Na het kampvuur wilden de jongens graag nog even muziek maken. En ja hoor … alle kerstliedjes van het semi-internaat kwamen weer voorbij.

Voor het slapengaan waren ze helemaal onder de indruk van onze elektrische tandenborstel. “Huh, hij draait vanzelf! Hoe kan dat?” Ook zagen ze een scheerapparaat liggen: “Wat is dat? Mag ik ook eens?” Eén voor één even proberen. “Hé, dat kietelt.” Bernards lenzen blijven altijd interessant. Dan kijken er opeens vijf paar ogen mee, terwijl je je lenzen indoet. “Kun je ze ook bij mij in doen?” vraagt altijd wel iemand. “Uhm, nee, dat kan niet.”




























Inmiddels hebben we vier logeerpartijen gehad. Deze week hebben we de laatste. De kinderen van het semi-internaat zijn inmiddels allemaal aan de beurt geweest. Nu komen er negen kinderen slapen, die vroeger in het kindertehuis hebben gewoond. Zes daarvan slapen bij ons in huis en drie bij Netty. We hebben er nu al zin in. Nog één week en dan zit de zomervakantie erop. De scholen beginnen aan het nieuwe schooljaar en wij gaan weer verder met het semi-internaat.

zaterdag 14 januari 2017

Kampvuur en kussengevecht

Op dit moment is het in Brazilië zomervakantie. Begin februari gaan de scholen van start met het nieuwe schooljaar en zal ook het semi-internaat weer beginnen. Maar dan met het gebruik van de bus en een flinke toename van het aantal kinderen. De komende weken zullen we gebruiken om de meest arme families bij ons in de buurt te bezoeken en om te kijken of hun kinderen in aanmerking komen voor het semi-internaat. Meer hierover in ons volgende blogbericht. Deze keer vertellen we meer over de twee logeerpartijen die we tijdens de vakantie inmiddels hebben gehad.

De eerste keer waren de kleintjes van het semi-internaat aan de beurt. Vijf kinderen tussen de 4 en 7 jaar oud. Donderdagochtend haalden we ze op. Eén nachtje zouden ze blijven slapen en vrijdagmiddag zouden ze weer naar huis toe gaan. De meeste kinderen hebben thuis geen fatsoenlijk bed en sommigen slapen op een oud matras op de grond. Toen een vijfjarige jongen zijn logeerbed zag, vroeg hij: “Mag ik nu al gaan slapen?” Iedere keer als hij zijn bed zag, begon hij weer: “Wat een lekker bedje. Ik zou nu wel willen slapen.” Beide middagen hebben de kinderen uren in het zwembad doorgebracht en hebben ze heel wat watervrees overwonnen. Tijdens het semi-internaat hebben de kleintjes meestal niet de kans om te zwemmen, maar nu grepen ze deze met beide handen aan. Van voorzichtig het water in stappen, tot springen, duiken en onder-water-zwemmen. Het zwembad is trouwens ondiep. Een vijfjarige komt met zijn voeten op de bodem.















Afgelopen week waren de meiden tussen de 8 en 11 jaar oud aan de beurt. Weer hetzelfde idee als bij de kleintjes. Oftewel één nachtje logeren en veel zwemmen. Daarnaast waren de meiden op hun tijdelijke slaapkamer te vinden om te spelen met barbies. Of zaten ze bij ons aan tafel spelletjes te spelen, te puzzelen of te kleuren. ’s Avonds maakten we een kampvuur en mochten de meiden de liedjes kiezen om te zingen. Bijna alle liedjes van het semi-internaat kwamen voorbij, inclusief een aantal kerstliedjes. Het kussengevecht, met onze deelname, kon uiteraard niet ontbreken voor het slapen gaan. Toen we bij het weggaan vroegen: “Wat vond je het allerleukste?”, kregen we als antwoord: “Het zwemmen, het kussengevecht, het kampvuur, het samen naar de bakker gaan … uhm … eigenlijk alles!”

Beide logeerpartijen waren een groot succes. Behalve dat het voor de kinderen natuurlijk een geweldige ervaring is, is dit voor ons een ideale mogelijkheid om de kinderen beter te leren kennen en veel individuele aandacht te geven. Andersom leren de kinderen ons ook op een andere manier kennen. Volgende week zijn de jongens tussen de 8 en 11 jaar oud aan de beurt. Gevolgd door de kinderen van 12 en 13 jaar oud. Daarnaast komen er ook kinderen logeren die niet op het semi-internaat zitten.