vrijdag 19 mei 2017

Twee nieuwe meisjes

Een aantal weken geleden kregen we van één van onze vrijwilligers een briefje. Op het briefje stond “moeder van meisjes” en een adres in Cava Grande. Verder niks. Geen naam, geen telefoonnummer, geen leeftijd. Veel meer informatie had onze vrijwilliger niet. Ze had gehoord dat het gezin een tijdje in een auto had gewoond, dus het leek om een vrij ernstige situatie te gaan.  Vorig maand zochten we ze op. Vanwege privacy zullen we geen namen vermelden.

De eerste keer was er niemand thuis. De tweede keer stond er een meisje van vijf jaar voor het huis. “Is je moeder thuis?” Nee, dat was ze niet. “Komt ze zo thuis?” Dat wist het meisje niet. Na een uurtje kwamen we weer terug en was het meisje nog steeds alleen. Gelukkig had de buurvrouw een telefoonnummer, kon ze moeder bereiken en was moeder in de buurt. Beetje bij beetje vertelde ze haar verhaal. Als kind had ze zelf in een kindertehuis gewoond. Op haar dertiende was ze zwanger geraakt van de eerste. Op haar vijftiende van de tweede. Wonder boven wonder van dezelfde man, waar ze nog steeds samen mee is. Toen haar vriend werkeloos werd, konden ze de huur niet meer betalen en zijn ze met hun twee dochters (5 en 6 jaar oud) tijdelijk in een auto gaan wonen. Inmiddels heeft ze zelf twee kleine baantjes gevonden (o.a. als straatveegster) en hoeft de auto niet meer als woonruimte te worden gebruikt. Moeder had al over het semi-internaat gehoord en wilde haar dochters graag aanmelden.















De eerste twee dagen kwamen de meiden niet opdagen. Terwijl moeder werkte, had vader zich verslapen. De derde dag kwamen ze gelukkig wel. Ze voelden zich direct heel vrij en namen overal enthousiast aan deel. Al snel merkten we dat ze zich eigenlijk iets te vrij voelden. Beide meiden zijn heel spontaan, maar vinden het moeilijk om te luisteren. Regelmatig zitten ze een tijdje op het “strafbankje”. Ze zijn duidelijk niet gewend om met regels om te gaan. De grenzen liggen thuis blijkbaar ergens anders dan bij ons en we vragen ons af wie thuis de baas is. Moeder is zelf eigenlijk nog een kind. Ze is heel onzeker en heeft veel begeleiding nodig, maar houdt duidelijk wel van haar dochters. Haar vriend hebben we nog nooit gezien. Meestal staan de meisjes met zijn tweeën op de bus te wachten. Gelukkig komen ze trouw en met veel plezier naar semi-internaat, zodat we ze enigszins richting kunnen geven.

vrijdag 5 mei 2017

Op zoek

Ieder weekend gaan we bij een aantal kinderen van het semi-internaat op bezoek. Soms gebeurt het dat een kind zomaar verhuist en dat we i.p.v. op bezoek eerst op zoek moeten. Een maand geleden verdwenen er drie kinderen uit één gezin plotseling van de radar. Ze verschenen niet meer op school en kwamen niet meer bij ons op het semi-internaat. Na drie weken te hebben gewacht, vonden we het tijd om zelf eens poolshoogte te nemen. Hieronder een verslag. Vanwege privacy zullen we geen namen noemen.

Toen we de drie broertjes een paar maanden geleden leerden kennen, woonden ze in een klein gehuchtje. Het dorpje, bestaande uit één straat, ligt aan een zandweg, op 20 minuten afstand rijden van Cava Grande. Met de schoolbus kwamen de kinderen op school. Daar werden ze altijd door ons opgehaald. Toen we de eerste keer bij moeder thuiskwamen, zagen we veel armoede. Het huisje was slecht onderhouden en slecht schoongemaakt. Moeder was blij dat we kwamen, had al over het semi-internaat gehoord en wilde haar kinderen dolgraag aanmelden. De oudste (10 jaar, zie foto) is een hele sociale jongen en paste zich makkelijk aan. De middelste (7 jaar, zie foto) was heel gesloten, praatte bijna niet en ging de eerste dagen veel onder tafel zitten. De jongste (5 jaar) deed continu wat hij zelf wilde. Met veel moeite konden we hem bij het eten en de kinderdiensten betrekken. Zijn huiswerk weigerde hij standaard te maken en als hij straf had, rende hij steevast weg of krijste hij de boel bij elkaar.















Zes weken lang kwamen de broertjes trouw op het semi-internaat, totdat ze van de één op de andere dag verdwenen. Ook op school werden ze niet meer gezien. Via de kinderbescherming hoorden we dat ze verhuisd waren en te ver weg woonden om naar school te gaan. Toch wilden we de kinderen niet zomaar laten vallen, maar de situatie eerst met eigen ogen zien. Twee weken geleden gingen we op zoek. We wisten welke zandweg we moesten nemen, maar hadden geen flauw idee hoe lang we zouden moeten rijden. Zo nu en dan kwamen we een huisje tegen. Maar niemand wist waar de kinderen woonden. Na 20 minuten zagen we iemand te paard en warempel … hij bleek de stiefvader van de jongens te zijn. 

De kinderen waren ontzettend blij om ons te zien. Hun moeder was met haar man en kinderen bij haar schoonvader ingetrokken. Hij werkt als knecht op een melk- en kaasboerderij. Nu wonen ze echt in de “middle of nowhere”. De kinderen hebben gigantisch veel ruimte en renden heerlijk achter de koeien aan. Moeder vertelde ons dat er een auto van de overheid over de zandweg rijdt om kinderen op te halen voor school. Diezelfde maandag zou ze dit vervoer gaan regelen. Daardoor zouden de kinderen ook weer op het semi-internaat kunnen komen. En inderdaad … ze heeft woord gehouden. Sindsdien verschijnen de kinderen weer trouw op het semi-internaat.

vrijdag 21 april 2017

Nieuwsbrief

Begin augustus 2016 startten we met het semi-internaat en mochten we iedere dinsdag, woensdag en donderdag 25 kwetsbare kinderen, uit een arm dorpje bij ons in de buurt, op het terrein van Horeb ontvangen. Inmiddels zijn we bijna negen maanden verder en is het aantal kinderen gegroeid tot tachtig. Het is mooi om te zien hoe graag de kinderen komen. Spelen in de zandbak, springen in het zwembad, zingen tijdens de kinderdiensten en luisteren naar de bijbelverhalen. De kinderen genieten zichtbaar en kunnen weer echt kind zijn. We hoorden dat een kind (van ongeveer 8 jaar oud) op de dagen van het semi-internaat niet meer in zijn bed plast. In deze nieuwsbrief besteden we aandacht aan alle ontwikkelingen rondom het semi-internaat. 

Wist je dat we in juni 2017 op verlof naar Nederland komen? We arriveren op maandag 12 juni en zullen ruim vijf weken blijven. We zien er naar uit om iedereen weer te zien en komen graag presentaties geven in kerken en op scholen. Hiervoor kun je contact opnemen met ons TFC: info.bernardensusanne@gmail.com.

Wist je dat we ons visum afgelopen week met twee jaar hebben kunnen verlengen? Voorlopig kunnen we weer vooruit!

Heb je de nieuwsbrief niet in je mailbox ontvangen? Meld je dan aan in de rechterkolom.


zaterdag 8 april 2017

Onze taken

Met 80 kinderen per dag kunnen we met zijn drieën niet alle taken op ons nemen. Gelukkig hebben we personeelsleden en een paar vrijwilligers die bijvoorbeeld werken in de schoonmaak, de keuken of de kinderen helpen bij het douchen en het maken van huiswerk. Samen met Netty zijn wij het leidinggevende team, waarbij Netty de eindverantwoordelijkheid heeft. Naast een aantal organisatorische taken hebben we nog meer verantwoordelijkheden. Deze keer vertellen we hier meer over.

Iedere dinsdag vertelt Netty een Bijbelverhaal. De dag erna doet Susanne poppenkast met het intelligente ezeltje “Patrício”. Meestal heeft hij het verhaal van de dag ervoor niet helemaal goed begrepen. Afgelopen week wilde hij bijvoorbeeld zijn Bijbel opeten, omdat hij had gehoord dat “je niet alleen van brood zult leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.” Daarnaast is Susanne veel in de eetzaal te vinden. Daar beheert ze twee kasten waarin speelgoed, spelletjes, tekenmateriaal en leesboekjes liggen. Continu komen er kinderen bij Susanne met de vraag: “Mag ik puzzelen? Mag ik kleuren?” Regelmatig pakt Susanne een boekje om een aantal kinderen voor te lezen of speelt ze samen met hen een spelletje. Tot slot is Susanne vaak bezig met het verzamelen van kinderen, zodat ze bijvoorbeeld op het juiste tijdstip met hun huiswerk beginnen.

Als buschauffeur is Bernard verantwoordelijk voor het vervoer. ’s Morgens om 6:15 uur vertrekt hij om personeelsleden en de eerste groep kinderen op te halen. Per dag doet hij zes ritten, waarbij hij in totaal vier uur onderweg is. Altijd gaat Susanne of iemand anders met hem mee om de kinderen in de gaten te houden, zodat Bernard op het verkeer kan letten. Veiligheid boven alles! Meestal komen we rond 18:30 van de laatste rit terug.
















Daarnaast maakt Bernard heel wat uurtjes per dag muziek. Ten eerste tijdens de kinderdiensten, waarbij hij samen met één van de kinderen de liedjes begeleid. Bernard op gitaar en de kinderen op cajon. Aangezien we vijf of zes liedjes per keer zingen, komen er dus vijf of zes kinderen aan de beurt. De cajon is ontzettend populair en iedereen wil erop spelen. Maar eerst moet er natuurlijk geoefend worden. Met 80 kinderen kan niet iedereen elke dag oefenen. (Wat ze trouwens wel graag zouden willen.) Ieder kind mag één keer per week oefenen. Meestal roept Bernard drie kinderen tegelijk die zo’n 20 minuten mogen oefenen. Zodra ze het basisritme onder de knie hebben, mogen ze meespelen tijdens de kinderdiensten. Inmiddels hebben er al 34 verschillende kinderen meegespeeld. Voor de meeste kinderen is dit best spannend, maar als het goed gaat, is het een grote  succeservaring. 

Allebei zoeken we naar momenten waarop we individuele aandacht kunnen geven. Bernard doet dit door de muzieklessen en Susanne door het voorlezen en de spelletjes spelen. Regelmatig proberen we met de kinderen te zwemmen. Susanne met de meisjes en Bernard met de jongens. De kinderen vinden dit geweldig. Tot slot is het voor de jongens heel belangrijk om zo nu en dan te kunnen stoeien. Als enige man is Bernard dan uiteraard het “slachtoffer”. Ook de meisjes vinden het trouwens geweldig om opgetild of in de lucht gegooid te worden.

vrijdag 24 maart 2017

Op visite

Naast drie dagen in de week semi-internaat zijn we druk bezig met het bezoeken van de families van de kinderen. Met 80 kinderen uit 50 verschillende gezinnen gaat daar behoorlijk wat tijd in zitten. Ieder weekend gaan we op stap en soms bezoeken we wel vijf gezinnen op één dag. Meestal zoeken we een reden om langs te gaan, zoals een verjaardag of een kind dat een tijdje ziek is geweest. Maar het gebeurt ook dat we spontaan op bezoek komen. Hieronder meer over deze visites en een voorbeeld van zo’n bezoek.

Voor ons is het goed om de gezinnen beter te leren kennen. Zo zien we het kind op een andere manier, weten we uit wat voor situatie het komt en krijgen we meer begrip voor bepaald gedrag. Daarnaast zien we ook of het gezin andere hulp nodig heeft, zoals een voedselpakket. Stap voor stap leren we het gezin beter kennen. Soms duurt het even voordat we het vertrouwen winnen. Er is sprake van een gigantische cultuurkloof. Onze achtergrond is totaal anders dan die van hen. Vaak is er ook sprake van schaamte, zoals een echtgenoot of zoon die in de gevangenis zit of verslaafd is. Maar stukje voor stukje krijgen we een completer beeld van het gezin.















Sommige gezinnen zijn heel open en laten direct merken dat ze heel blij zijn met onze hulp. Dan mag je meteen binnenkomen en wordt je uitgenodigd om een keer te komen eten. Een paar weken geleden gingen we bij zo’n open gezin op bezoek. Hun jongste zoon zit op het semi-internaat en werd die dag twaalf jaar oud. Met een klein cadeautje gingen we op stap. Het gezin woont aan het eind van de sloppenwijk, bijna boven aan de heuvel. Ze wonen in een huisje van hout met golfplaten dak. Er is geen riolering. De elektriciteit is provisorisch (illegaal) aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Door een aantal lakens is het huisje in verschillende kamers ingedeeld. Ondanks dat er niks aan de verjaardag gedaan werd, werden we heel hartelijk welkom geheten. Snel werden er nog twee glazen in een bak water afgespoeld, zodat er tenminste water aangeboden kon worden. 

Moeder en zoon namen uitgebreid de tijd voor ons en vertelden ons over hun huis en gezin: Vader, moeder, vier kinderen en twee kleinkinderen. Allemaal wonen ze in het kleine, houten huisje. Kleinkind nummer drie en vier zijn inmiddels ook op komst. Met 40 jaar oud heeft moeder net zoveel kinderen als kleinkinderen. Vader heeft zo nu en dan een baantje en moeder is werkzoekende. Ze vertelde ons dat ze nog maar voor twee dagen te eten had. Het eten kwam uit de afvalcontainers achter de supermarkt. Ze vroeg ons of we haar konden helpen met een voedselpakket, want – zo leerde ze haar kinderen – het is beter te vragen dan te stelen. Inmiddels heeft ze een voedselpakket gekregen. Vanwege privacy kunnen we geen foto’s van het huisje of gezin laten zien.

zaterdag 11 maart 2017

Wie wel, wie niet

Wekelijks krijgen we vragen van ouders hoe ze hun kind kunnen aanmelden voor het semi-internaat. Helaas kunnen we niet iedereen toelaten. De ene keer verkopen we ja en de andere keer nee. Al snel rijst de vraag waarom we het ene kind wel toelaten en het andere niet. Hieronder zullen we een aantal factoren beschrijven die daarin meespelen. De komende tijd zullen we regelmatig wat uitgebreider op een gezinssituatie ingaan om een beter beeld te schetsen.

In eerste instantie kijken we vooral naar de thuissituatie. Bij wie woont het kind in huis? Het merendeel van de kinderen woont bij hun alleenstaande moeder. Soms is er een (stief-)vader in het spel. Maar dan is het nog zeer de vraag of hij een stabiele factor is. Komt hij zo nu en dan thuis? Werkt hij of zoekt hij werk? Of zit hij vooral in de bar? Een paar kinderen woont bij hun opa of oma, omdat de ouders in de gevangenis zitten of niet voor hun kinderen kunnen of willen zorgen. Daarnaast hebben we ook vier kinderen die bij hun alleenstaande vader wonen, omdat hun moeder het gezin in de steek heeft gelaten of omdat ze overleden is.

Een andere factor is werk. Heeft moeder werk? Of is ze werk aan het zoeken? Heeft ze iemand om op haar kinderen te passen? Is degene betrouwbaar en stabiel? Toch zegt dit niet alles over het wel of niet toelaten van een kind. Een kind mag nooit het slachtoffer worden van het niet willen werken van een alleenstaande moeder. Soms krijgen we commentaar van andere ouders dat we bepaalde kinderen toelaten waarvan de moeders te lui zijn om te werken. Ze vinden dat die moeders dat niet verdienen. Maar het gaat niet om de ouders. Vaak is dit een reden om het kind juist wel toe te laten, zodat het kind ook andere voorbeelden en waarden in zijn leven ziet.















Daarnaast kijken we naar armoede. Hoe ziet het huis eruit? Is het van hout of van steen? Hoe zijn de muren? Hoe is de vloer? Aangestampte aarde, beton of tegels? Allemaal factoren die iets zeggen over de financiële situatie van het gezin. Is het huis, ondanks de armoede, opgeruimd of is het er ontzettend vies, omdat er bijna nooit wordt schoongemaakt? Toch zegt armoede niet alles. In eerste instantie zou je denken: Hoe armoediger, hoe noodzakelijker. Maar hier moeten we voorzichtig mee zijn. Sommige moeders zijn al jaren bezig met het opknappen van hun huisje. Ze werken hard en sparen geld om tegels op de vloer te leggen, om te muren te laten stuken en om wat meubels te kunnen kopen. Zo’n moeder kan juist een zetje in de rug gebruiken. 

De laatste factor is de psychologische en emotionele situatie van het kind. Door labiele (stief-)ouders of andere omstandigheden kunnen kinderen emotioneel behoorlijk uit balans zijn. Juist dan is het goed dat ze drie dagen in de week ergens anders zijn. Zo hebben we kinderen die thuis te maken hebben met een agressieve stiefvader. Regelmatig worden ze verbaal vernederd of lichamelijk mishandeld. Thuis staan ze continu onder spanning. Andere kinderen hebben een labiele moeder die haar frustratie op de kinderen uit. Voor beide partijen is het dan goed dat ze even niet samen zijn. Het kind kan weer kind zijn en moeder kan even op adem komen. Uiteraard zijn er nog meer factoren die meespelen, zoals het gevaar om af te glijden in de wereld van drugs, criminaliteit en prostitutie.


vrijdag 24 februari 2017

Weer van start

Na een lange vakantie gingen we op dinsdag 7 februari weer van start met het semi-internaat. Wij hadden er zin in en de kinderen duidelijk ook. Dankzij de bus kunnen we nu veel meer kinderen helpen. De eerste dag mochten we 35 kinderen ontvangen. De afgelopen weken nam dit aantal iedere dag toe. Inmiddels hebben we 75 inschrijvingen en over een paar weken zullen dat er waarschijnlijk 100 zijn. Hieronder meer over de eerste drie weken.

De eerste dag begonnen we nog aardig rustig met 35 kinderen, waarvan 15 ’s morgens en 20 ’s middags. Afgelopen donderdag waren dat er twee keer zoveel: 29 kinderen ’s morgens en 41 ’s middags. De kinderen die ’s morgens bij ons zijn, zitten ’s middags op school. De kinderen die ’s morgens op school zitten, zijn ’s middags bij ons te vinden. Vanaf half twaalf hebben we beide groepen samen en is het echt druk. Om 12 uur eten we met zijn allen warm en daarna, vanaf half één, wordt het weer wat rustiger, want dan brengen we de ochtendgroep naar school.

Het grootste deel van de kinderen is uiteraard nieuw op het semi-internaat. Voor hen was het wel even wennen de eerste dagen. Waar moet ik mijn rugzak laten? Waar zijn de wc’s? Waarom moet ik doorspoelen? Hoe laat mogen we zwemmen? Waarom moet ik mijn huiswerk maken? Waarom moet ik groente eten? Waarom zijn er zoveel regels? Maar aan de andere kant zijn er ook zoveel dingen om van te genieten. Bijna overal zie je blije kinderen rennen, spelen en springen. Qua speelgoed zijn de kinderen duidelijk niks gewend. Nu kunnen ze kiezen uit puzzels, memorie, poppen en lego. 















Dat de kinderen enthousiast zijn, blijkt wel uit de manier waarop ze naar de bus komen rennen. Zodra de schoolbel gaat, staan wij ze al op te wachten. Eén voor één stappen ze blij de bus in. Ze kunnen niet wachten, totdat iedereen erin zit en we vertrekken. Ook op school vertellen ze enthousiaste verhalen aan hun klasgenoten. Bijna dagelijks komen er ouders op ons af met de vraag hoe het semi-internaat functioneert en hoe ze hun kinderen kunnen aanmelden. Maar voordat een kind wordt toegelaten, gaan we eerst bij het betreffende gezin op bezoek.

In het weekend gaan we vaak de wijk in. Of om een familie te bezoeken die hun kind wil inschrijven. Of vanwege een verjaardag. Of gewoon zomaar. De kinderen reageren altijd blij en verrast als ze ons zien. Die gezichtjes zijn onbetaalbaar. Morgen (zaterdag) gaan we weer op stap en zullen we zo’n tien huisbezoeken doen. Zondag wordt één van de kinderen 12 jaar en zullen we, als verrassing, een klein cadeautje brengen. Voor ons is dat de ideale mogelijkheid om bij iemand op bezoek te gaan en het gezin wat beter te leren kennen.