vrijdag 5 augustus 2016

Wintervakantie

Afgelopen dinsdag zijn we begonnen met het semi-internaat. We hadden er erg naar uitgekeken en waren afgelopen weken druk bezig met de voorbereidingen. Het was mooi om weer zoveel kinderen op het terrein te hebben en actief bezig te zien. Kinderen in de speeltuin, samen zingen, luisteren naar een bijbelverhaal en spelletjes spelen. De eerste drie dagen waren intensief, maar we hebben ervan genoten. Over twee weken zullen we hier meer over schrijven. Maar eerst meer over de wintervakantie. 

Eind juli waren de scholen in Brazilië twee weken vrij en kwamen er veel kinderen bij ons op bezoek. In totaal mochten we 25 kinderen ontvangen. Kinderen die hier vroeger hebben gewoond, kinderen die in 2012 op het semi-internaat zaten en kinderen die we via-via kennen. Tien van hen bleven een paar dagen logeren. Van die tien sliepen er vijf bij ons in huis. Allemaal jongens tussen de 8 en 12 jaar oud. Ze keken hun ogen uit bij ons aan de ontbijttafel. Broodbeleg is voor hen een luxe en krijgen ze nooit. Om het niet te overweldigend te maken, hadden we er bewust voor gekozen om maar drie soorten beleg op tafel te zetten. Maar ook hier verbaasden ze zich over. Van onze kant verbaasden wij ons erover hoeveel ze aten. Het was een drukke en gezellige boel bij ons in huis. Ook de kinderen die er alleen overdag waren, waren veel bij ons te vinden. Ze weten precies waar de spelletjes staan en vinden het heel leuk om te puzzelen, te tekenen of met ander speelgoed te spelen. Ondertussen waren de andere kinderen buiten aan het zwemmen, vliegeren of vissen. Per dag werden er soms wel dertig vissen gevangen. ’s Avonds werden ze schoongemaakt, gebakken en uiteraard opgegeten.
















Op hetzelfde moment hadden we drie weken lang bezoek van een Nederlandse vrijwilligers groep. Zeven volwassenen en twee kinderen. Het was heel bijzonder om te zien hoe de Braziliaanse kinderen omgingen met de Nederlandse kinderen. Ondanks dat ze elkaars taal niet spraken, konden ze heel goed met elkaar spelen. Afgelopen dinsdag zijn de Nederlanders vertrokken, maar nog regelmatig praten de Braziliaanse kinderen over het Nederlandse bezoek. Twee momenten willen we er graag even uitlichten. Op een avond hadden de Nederlanders hamburgers gekocht. Bij het kampvuur werden ze opgegeten. Daarna werd de gitaar erbij gepakt en zongen we om en om Nederlandse en Braziliaanse liedjes. Beide groepen waren zichtbaar aan het genieten. Een week later werd er een sportmiddag georganiseerd. Vooral een spel waarbij er ballonnen kapot getrapt moesten worden en een spel waarbij er met zakjes water naar elkaar gegooid mocht worden, viel erg in de smaak. 

We hebben een goede tijd gehad met de Nederlanders en mochten zien dat ze er op het juiste moment waren. In maart van dit jaar hadden we ook een Nederlandse groep op bezoek. Zij waren er toen getuige van hoe we afscheid namen van de kinderen, die hier jaren hadden gewoond. Ook waren ze bij de afscheidsdienst, die voor de kinderen werd georganiseerd. Dat was de afsluiting van een lange periode. Nu gaan we een nieuwe periode in. Zonder subsidie of bemoeienis van de overheid. De afgelopen weken mochten de Nederlanders meemaken hoe we ons voorbereidden op het semi-internaat. Afgelopen maandag waren ze bij de openingsdienst, die deze nieuwe periode inluidde. Bij het afscheid vertelden ze stuk voor stuk dat ze graag een keer terug wilden komen.


vrijdag 22 juli 2016

Transport

Nog één week en dan beginnen we officieel met het semi-internaat. Vanaf dinsdag 2 augustus zullen we iedere dinsdag, woensdag en donderdag kinderen opvangen uit twee sloppenwijk uit de buurt. Hun ouders hebben geen geld om hun kinderen te brengen, dus we zullen ze zelf ophalen en wegbrengen. Aangezien we op dit moment nog geen bus hebben, doen we dat voorlopig met het kombibusje. Waarschijnlijk beginnen we met 15 kinderen ’s morgens en 15 ’s middags. Het geld voor de bus is inmiddels al binnen, maar hij moet nog worden gekocht. Zodra de bus er is, zal het aantal kinderen oplopen tot 50 ’s morgens en 50 ’s middags.

Vorige week is Bernard geslaagd voor zijn busrijbewijs. Het examen is totaal anders dan we in Nederland gewend zijn. Op de ochtend van het examen moeten alle kandidaten zich om 6:15 uur melden op de plek van het examen. Rond 7 uur beginnen de examens en dan moet je wachten tot je aan de beurt bent. Het examen duurt maar liefst drie minuten! In die drie minuten rij je één rondje waarin je twee soorten hellingproeven moet doen, een stukje achteruit moet rijden en moet fileparkeren. Verder moet je uiteraard goed in je spiegels kijken, richting aangeven, etc. Het examen vindt plaats in een rustige wijk, waar bijna geen verkeer is. Verkeersinzicht is blijkbaar niet belangrijk. Het enige wat je moet doen, is het rondje perfect rijden. Klinkt heel eenvoudig, maar dat is het niet. De eerste keer was Bernard dan ook gezakt. De reden: hij was één keer vergeten zijn richtingaanwijzer uit te zetten. Later hoorden we dat ze bijna iedereen de eerste keer laten zakken. Waarom? Waarschijnlijk om meer geld te verdienen. Gelukkig ging het de tweede keer wel goed.
















“Hoe gaat het eigenlijk met jullie auto?” Vanuit Nederland krijgen we regelmatig deze vraag. In mei 2015 hielden we een actie om een auto te kunnen kopen. Helaas hebben we al behoorlijk wat problemen met de auto gehad. Een aantal kleine reparaties die we ingecalculeerd hadden. Maar ook een grote reparatie, waardoor de auto een aantal maanden stil heeft gestaan. In januari hield het centraal besturingssysteem ermee op. Dit is een klein kastje waar alle elektronica van de auto bij elkaar komt. Als deze niet werkt, kun je niet rijden. Helaas kon dit onderdeel niet gerepareerd worden, dus moesten we op zoek naar een nieuw kastje. Toen kwamen we er achter dat hij niet meer leverbaar was. (We hebben het over een auto uit 2002.) Een vergelijkbaar kastje uit een ander model auto werkte niet. Dit hadden we eerst geprobeerd, maar na drie weken begaf die het ook. De enige optie die overbleef was zoeken naar een sloopauto (hetzelfde jaar, type en model) waar het betreffende onderdeel in goede staat in zou zitten. Bij ons in de buurt was zo’n kastje nergens te vinden, maar uiteindelijk heeft de garagehouder het onderdeel in Belo Horizonte weten te vinden. Nu rijdt de auto weer goed,  maar we zijn bang dat er nog meer verborgen gebreken zijn. We twijfelen of het niet beter is om de auto voor een klein prijsje te verkopen en een andere te kopen.

De bus op de foto werd tot 2012 gebruikt voor het semi-internaat. Daarna werd hij verkocht, want een bus voor het vervoer van kinderen mag niet ouder zijn dan 15 jaar.

vrijdag 8 juli 2016

Sportdag

In ons vorige bericht schreven we over ons bezoek aan het kindertehuis en het semi-internaat in 2012. Op één van de dagen hadden we toen een soort sportdag georganiseerd. Op onze laptop kwamen we een paar leuke filmpjes tegen die een mooie impressie geven van deze sportdag. Met veel plezier bekeken we ze. Wat hadden de kinderen een lol en wat waren ze fanatiek. Maar wat waren ze toen nog klein. Veel kinderen zien we nog regelmatig, maar inmiddels zijn ze allemaal vier jaar ouder. Twee filmpjes willen we graag delen.





vrijdag 24 juni 2016

Semi-internaat

Deze keer gaan we vier jaar terug in de tijd. Naar de zomer van 2012. Ruim twee weken waren we toen in Brazilië om het werk in het kindertehuis te leren kennen. Behalve de 28 kinderen, die daar zeven dagen per week woonden, ontmoetten we zo’n 60 andere kinderen. Drie keer per week waren zij op het terrein van het kindertehuis te vinden. Door nieuwe wetgeving moest dit prachtige werk eind 2012 helaas worden gestopt. Een kindertehuis mocht namelijk geen andere activiteiten meer organiseren. Nu we sinds 1 april een zendingspost zijn en minder overheidsbemoeienis hebben, kunnen we weer beginnen met een semi-internaat. Wij zien het als een groot voordeel dat we in 2012 nog iets hebben kunnen proeven van het functioneren van zo’n semi-internaat.

Hoe zag dat semi-internaat er toen eigenlijk uit? Alle kinderen kwamen uit Cava Grande, een arme wijk in de buurt van het kindertehuis. In de thuissituaties van de kinderen was er sprake van armoede, werkeloosheid, verslaving of zelfs criminaliteit. Voor de kinderen was dit een ideale gelegenheid om even te kunnen ontsnappen uit de realiteit van hun dagelijkse bestaan en om weer echt kind te kunnen zijn. (In de toekomst zullen de kinderen trouwens ook uit andere sloppenwijken komen.) ’s Morgens vroeg werden de kleine kinderen (4 tot 7 jaar) met de bus opgehaald en zaten de grote kinderen (8 tot 12 jaar) op school in Cava Grande. ’s Middags was het precies andersom. De kleintjes gingen naar school en de groten waren op het terrein van het kindertehuis te vinden. Tussen de middag was het altijd heel hectisch. De kleintjes moesten zich omkleden en worden  gedoucht om naar school te kunnen gaan. Sommige kinderen hebben thuis overigens geen stromend water. Om 12 uur arriveerden de groten en schoof iedereen aan voor het middageten. (De belangrijkste, warme maaltijd in Brazilië.) Het tandenpoetsen was geweldig om te zien. Voor 60 kinderen waren er tandenborstels met naam, zodat ieder kind zijn eigen tandenborstel had. Daarna werden de kleintjes met de bus naar school gebracht en kon het programma met de grote kinderen beginnen.



Het programma bestond uit verschillende activiteiten. Aan de ene kant konden de kinderen weer gewoon kind zijn. Je geen zorgen maken of er vandaag wel iets te eten zou zijn of dat je zou worden geslagen door je vader, maar gewoon kunnen voetballen, zwemmen, spelen in de speeltuin, springen op de trampoline of lekker kletsen. Het kon allemaal. Aan de andere kant was er ook aandacht voor serieuze zaken. Er werd gewezen op de noodzaak van goede hygiëne. Er was een leerkracht in dienst die de kinderen hielp met hun huiswerk. En er werd samen gezongen, gebeden en gelezen uit de Bijbel. De kinderen konden met eigen ogen zien en ervaren hoe de liefde van Jezus Christus werkt. In woord en in daad. De afgelopen jaren kwamen wij nog regelmatig in Cava Grande. Vaak zagen we de kinderen die vroeger naar het semi-internaat gingen. Zodra ze de kombibus van het kindertehuis herkenden, begonnen ze al te zwaaien. We konden merken dat ze heel positief terug keken op hun tijd op het semi-internaat. Behalve de kinderen, zagen we dat sommige ouders ook blijvend ten goede zijn veranderd. Door het semi-internaat konden de moeders uit de éénoudergezinnen gaan werken, waardoor hun levensstandaard iets verbeterde. Ook zijn er vaders die hun verslaving achter zich lieten en weer een echte vader voor hun kinderen werden. We bidden dat het toekomstige semi-internaat hoop mag brengen in de levens van de meest arme gezinnen in onze omgeving. Vorige week is Netty teruggekomen uit Nederland. Dus binnenkort kunnen we beginnen!

vrijdag 10 juni 2016

Een moeder zonder hoop

Twee weken geleden schreven we over een familie die een speciaal plekje heeft in ons hart. Toen hadden we het vooral over de drie jongens die we regelmatig bezoeken. Vandaag besteden we meer aandacht aan hun moeder, want ook haar vergeten we niet. Het heeft ons echt diep geraakt dat haar kinderen voor de tweede keer bij haar zijn weggehaald. Opnieuw hebben de jongens een gigantische verhuizing meegemaakt en moesten ze wennen aan het leven in een kindertehuis. We denken er veel over na hoe dit soort dingen in de toekomst voorkomen kunnen worden. 

Sinds onze ontmoeting op straat, waarbij het onmogelijk was om een fatsoenlijk gesprek te voeren, hebben we hun moeder twee keer gezien. Beide keren was dat bij haar thuis en de omstandigheden waren compleet anders. Opnieuw was ze blij om ons te zien, maar ze was erg depressief. In huis was het donker. Alle luiken waren gesloten. Ze at bijna niet, kwam weinig buiten en wilde zo min mogelijk mensen zien. Ze vroeg zich af of het leven nog zin had. “Waarom zou ik vechten voor mijn leven, mijn kinderen en mijn werk als mijn kinderen uiteindelijk toch weer worden weggehaald." Ze had totaal geen hoop meer. De tweede keer namen we eten mee en warmden we dat bij haar thuis op. In eerste instantie gaf ze aan geen trek te hebben, maar uit respect voor ons at ze toch mee. Uiteindelijk schepte ze twee volle borden op. Van ons kreeg ze een kleurboekje voor volwassenen met een set kleurpotloden. Ze reageerde kinderlijk blij. Trots liet ze zien waar ze mee bezig was. Twee schoolboekjes van één van haar jongens toen die leerde schrijven. Vol overtuiging maakt ze de oefeningen en probeert ze de letters te kopiëren. Susanne had wat knutselspullen meegenomen en samen maakten ze kaarten voor haar jongens.

















Inmiddels is ze bij de psychiater geweest en krijgt ze medicijnen. Helaas woont ze drie kwartier bij ons vandaan en kunnen we haar niet dagelijks bezoeken. Toch geeft ze aan dat ze blij is met onze aandacht. Ze heeft weinig mensen die naast haar willen staan, zonder haar te veroordelen. Niet alleen over Jezus spreken, maar vooral de liefde van Jezus tonen. Dat is wat we willen doen. Toch willen we graag meer. Hoe kunnen we haar helpen? Eigenlijk heeft ze veel meer begeleiding nodig. Vandaag hoorden we dat er in de publieke gezondheidszorg in Timóteo slechts één psychiater werkt. En hij werkt er maar één dag per week. Er zijn wel meer psychiaters, maar die zijn allemaal particulier en daardoor voor haar onbetaalbaar. Voor de armen is er bijna geen geestelijke gezondheidszorg. Psychologen zijn er namelijk ook veel te weinig. We komen steeds meer tot de conclusie dat het systeem in Brazilië niet werkt. We denken na over de toekomst. Hoe kunnen we kinderen helpen? Hoe kunnen we hun ouders helpen? Kinderen verdienen het om op een goede manier bij hun ouders te kunnen wonen. Maar dan moeten die ouders wel eerst geholpen worden. Wie doet dat? Wie wil naast hen staan, zonder hen te veroordelen? Wie wil hen helpen opstaan als ze vallen? Wie wil hen de liefde van Jezus tonen? De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt (Lucas 10:2). Bid voor vrijwilligers. Bid voor maatjes. Bid voor de kerk in Brazilië.

vrijdag 3 juni 2016

Nieuwsbrief

Inmiddels is het alweer een half jaar geleden dat onze vorige nieuwsbrief verscheen. Hoog tijd voor een nieuwe nieuwsbrief! Deze nieuwsbrief staat in het teken van veranderingen. We schrijven over het hoe en waarom van deze veranderingen. Daarnaast kun je lezen waar we ons op dit moment mee bezig houden en hoe wij verwachten dat de toekomst van het kindertehuis eruit zal zien.

Heb je de nieuwsbrief niet in je mailbox ontvangen? Meld je dan aan via de invulvelden in de rechterkolom.



vrijdag 27 mei 2016

Oom en tante

In ons vorige bericht schreven we over de bezoekjes die we brengen aan de kinderen die twee maanden geleden het kindertehuis verlieten. Maar niet alleen bij hen gaan we op bezoek. Ook de kinderen, die al eerder zijn weggegaan, vergeten we niet. Bijna twee jaar geleden verlieten vier broertjes het kindertehuis. Eén jaar lang woonden ze hier, maar nadat hun moeder was afgekickt van de drugs, konden ze naar haar terug. In oktober en november 2015 hebben we eerder op deze weblog over dit gezin geschreven. Inmiddels zijn de jongens 14, 10, 7 en 3 jaar oud. Vanwege privacy zullen we geen namen noemen. 

Zo nu en dan gingen we bij de jongens en hun moeder op bezoek. Zo wisten we dat de oudsten ’s morgens op school zaten en dat moeder dan voor de jongste zorgde. ’s Middags en ’s avonds werkte moeder en moesten de jongens zichzelf zien te redden. De oudste van 14 jaar was veel op straat te vinden. Zijn broertje van 10 jaar is veel zorgzamer en nam de zorg voor zijn jongere broertjes op zich. Met moeder echter ging het steeds slechter. De combinatie van werk en opvoeding viel haar zwaar, maar ze had niemand om op terug te vallen. Helaas stond justitie niet toe dat we haar hielpen en moesten we machteloos toezien hoe de situatie verslechterde. Zelf deed justitie echter niks. Totdat moeder in april van dit jaar een gigantische inzinking kreeg. Nu is moeder helemaal terug bij af. Ze is haar baan kwijt, reageert agressief en loopt als een junkie over straat. Onder invloed van drank of drugs kwamen we haar laatst tegen. Ze was heel blij om ons te zien, maar een goed gesprek voeren was onmogelijk. Nu greep justitie wel in en werden de jongste drie per direct in een kindertehuis geplaatst. (Niet het nieuwe kindertehuis waar onze kinderen wonen.) De oudste koos er voor om bij een vriend in te trekken.
















Om de twee weken gaan we bij de drie jongens op bezoek. De ene keer blijven we in het kindertehuis waar zij wonen en spelen we daar met ze. De andere keer nemen we ze mee voor een uitje. Gisteren zijn we bijvoorbeeld de hele middag met ze in een speeltuintje geweest. In de toekomst zullen ze ongetwijfeld ook wel eens bij ons komen logeren. Je merkt dat ze het enorm waarderen dat er twee mensen speciaal voor hen komen. Ze kijken echt uit naar deze bezoekjes. Inmiddels hebben we samen al heel wat gemeenschappelijke herinneringen opgebouwd. Dat schept een band. Vooral de oudste van de drie vindt het geweldig om herinneringen op te halen en heeft een goed geheugen. Regelmatig vraagt hij ons: “Weet je nog dat we twee jaar geleden daar en daar naar toe gingen en dat we toen die en die zagen.” We merken wel dat hij een groot deel van de opvoeding van met name de jongste op zich heeft genomen en zien dat hij het lastig vindt om sommige dingen aan ons over te laten. Als wij zijn jongste broertje corrigeren, wil hij zich er graag mee bemoeien. 

De middelste van 7 jaar wil graag klein zijn. Het liefst wordt hij de hele dag gedragen. En hij heeft ontzettend de behoefte aan een vader en moeder. Gisteren zij hij tegen ons: “Jij bent mijn papa en jij bent mijn mama.” “Nee, wij zijn jouw oom en tante,” was onze voorzichtige reactie, “en dan bij jij ons neefje.” “Nee, ik ben jullie zoon!” Hij is ook bang dat zijn kleinere broertje meer aandacht krijgt dan hij. De jongste van 3 jaar is ontzettend vrij opgevoed en gaat het liefst zijn eigen gang. Het is een heerlijk ventje, maar moeilijk te corrigeren. Vindt het geweldig om achter een bal aan te rennen, probeert regelmatig een handstand of radslag te maken en houdt ervan om gekke bekken te trekken. Het afscheid nemen is voor de jongste twee erg verwarrend. Dan huilen ze of zijn ze boos. Soms gebeurt het dat ze slaan of dat ze in plaats van een kusje geven, proberen te bijten. Psychologisch gezien zijn dat hele logische reacties. Zoals alle gedragspatronen dat zijn, die we bij deze kinderen zien. We merken dat ze in de war zijn. Maar met deze bezoekjes kunnen we de kinderen wel liefde geven en laten merken dat ze waardevol zijn. Op deze manier kunnen we een oom en tante voor ze zijn. We zijn van plan om hier nog heel lang mee door te gaan. Ook als ze ergens anders wonen. Bij hun oudere broer van 14 jaar gaan we trouwens ook regelmatig op bezoek.